Wie begint met pentesten wil vaak zo snel mogelijk resultaat zien. Een open poort, een exploit die werkt, een shell op het scherm. Dat voelt als vooruitgang. Tijdens mijn voorbereiding op de PNPT merk ik echter dat juist die drang naar snelheid vaak het probleem is. Hoe meer ik oefen, hoe duidelijker één ding wordt: de kwaliteit van je reconnaissance bepaalt de kwaliteit van je hele pentest.
Reconnaissance is geen technisch kunstje dat je zo snel mogelijk afvinkt. Het is het moment waarop je bepaalt of je controle hebt over je aanpak, of dat je achter de feiten aanloopt.
Recon als denkfase, niet als formaliteit
In veel labs en write-ups wordt reconnaissance behandeld als een korte tussenstap. Er wordt gescand, poorten worden genoteerd en daarna begint het “echte werk”. In de praktijk leidt dat vaak tot chaos. Zonder duidelijke interpretatie van je bevindingen wordt elke open service een mogelijke afleiding en voelt elke volgende stap willekeurig.
Tijdens een recente lab-oefening heb ik daarom bewust gekozen voor een aanpak waarin reconnaissance centraal stond. Niet om zo veel mogelijk te vinden, maar om een helder beeld te krijgen van het aanvalsoppervlak en om keuzes te kunnen maken. Welke services zijn realistisch? Welke paden zijn logisch? En misschien wel de belangrijkste vraag: waar begin ik níét?
Wanneer reconnaissance te makkelijk lijkt
Een interessant moment in deze oefening was dat de scan opvallend duidelijke signalen opleverde. Services die zich bijna aandienen als directe toegang tot het systeem. Vroeger had ik dat zonder aarzelen gezien als het eindpunt van de oefening. Nu voelde het juist als een waarschuwing.
Als reconnaissance te makkelijk lijkt, is dat vaak het moment om extra kritisch te worden. Niet alles wat openstaat, hoort automatisch bij het verhaal dat je als pentester moet vertellen. In een echte omgeving is het zelden zo simpel. Goede reconnaissance betekent dan niet dat je meteen toeslaat, maar dat je je afvraagt wat een realistische aanvaller als eerste zou tegenkomen en welke route logisch is binnen de context van het systeem.
Van poorten naar aanvalspaden
Wat deze oefening mij opnieuw liet zien, is dat pentesten niet draait om individuele poorten of services, maar om samenhang. Een webinterface vertelt een ander verhaal dan een obscure hoge poort. Een authenticatieservice heeft andere implicaties dan een anonieme dienst. Reconnaissance is het moment waarop die losse observaties samenkomen en veranderen in een aanvalspad.
Die vertaalslag is cruciaal. Zonder die stap blijft een pentest een verzameling losse acties. Met die stap ontstaat er structuur en richting.
Waarom dit precies is wat PNPT vraagt
De PNPT dwingt je om verder te kijken dan technische kunstjes. Het examen draait niet om wie het snelst een exploit kan draaien, maar om wie kan uitleggen waarom een bepaalde aanpak logisch is. Reconnaissance vormt daarin de basis. Het is de fase waarin je aantoont dat je begrijpt wat je ziet en dat je keuzes bewust maakt.
Dat inzicht werkt door in alles wat daarna komt. Exploitatie wordt gerichter, privilege escalation wordt logischer en rapportage wordt eenvoudiger omdat het verhaal klopt.
Slot
Ik merk dat mijn manier van werken verandert. Minder haast, meer overzicht. Minder focus op tools, meer aandacht voor interpretatie. Reconnaissance voelt daardoor niet langer als een verplicht nummer, maar als het fundament van de hele pentest.
Wie hier de tijd voor neemt, werkt niet langzamer.
Die werkt beter.